Liempde, gastvrij Hart in Het Groene Woud

Raadhuisplein 6-7-8

Raadhuisplein 6-7-8

Beschermd dorpsgezicht omgeving Raadhuisplein

Aan het einde van de negentiende eeuw leven de Liempdse boeren een arm bestaan. Om de boeren te helpen, wordt in 1898 een zuivelfabriek gebouwd waar boeren hun melk kunnen laten verwerken tot boter. De fabriek wordt gemaakt van de stenen van een bouwvallige toren. Op deze toren bevindt zich het haantje van de vroegere Sint-Janskapel. De torenhaan wordt op het dak van de zuivelfabriek geplaatst, waarmee de naam voor de zuivelinrichting bekend is: 't Haantje. Rechts naast de zuivelfabriek, die inmiddels afgebroken is, ligt de voormalige directeurswoning. Bij de voordeur bevindt zich een gevelsteen, de enige - stille - getuige van de vroegere zuivelfabriek.

In de eerste helft van de twintigste eeuw heeft Liempde zijn eigen zuivelfabriek. Het perceel van cafetaria De Vuurput en van het enkele jaren geleden nieuw gebouwde bedrijfspand met appartementen is aan het einde van de negentiende eeuw nog een braakliggend terrein. Daar vestigt een commissie, bestaande uit wethouder Jos Noyen, Piet van der Velden, Hannes van der Vleuten, Wout Avendonks en 'meester' Goossens, een coöperatie waar boeren hun melk kunnen laten verwerken tot boter. Dit wordt gedaan om de keuterboertjes, die met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen, iets meer te laten verdienen aan hun melk.

Om hun boterfabriek te kunnen bouwen, kopen de initiatiefnemers de in verval geraakte toren van de in 1864 afgebrande schuurkerk. Het grondplan van deze toren is nog te zien in het wegdek van de Dorpsstraat, tegenover Gasterij De Punder. De stichters van de boterfabriek ontfermen zich niet alleen over de stenen. Ook het kruis, de wijzerplaat en de torenhaan worden meegenomen.

Eerst zijn de Liempdse boeren sceptisch over de boterfabriek, maar wanneer zij de materiële vooruitgang ruiken, sjouwen ze nagenoeg elke morgen hun melk per kruiwagen, hand- of hondenkar of paard en wagen naar het Raadhuisplein. In wat verder afgelegen buurten rijden boeren om beurten de roomkar; met paard en wagen worden de melkbussen bij boeren opgehaald. Vrijwel dagelijks is het een drukte van belang bij de melkfabriek. Na het monsteren, wegen en centrifugeren, maakt de 'boterkletser' van de aangeleverde melk roomboter en karnemelk. De boter wordt in een winkeltje per 'kluit' aan particulieren verkocht of gaat in tonnen naar de botermijn in Roermond. De karnemelk ging voor enkele centen per liter de deur uit.

In 1952 sluit de Liempdse Coöperatieve Zuivelfabriek.

De woning die in 1929 naast het bedrijfspand komt, is gebouwd  als woonhuis voor de directeur van  de fabriek, de heer Domicilie. De eerste steen is gelegd door voorzitter E. van de Sande van de zuivelfabriek. De voorgevel van het woonhuis bevat mooie kenmerken uit de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De voordeur is overdekt. Naast de entree bevindt zich een erker.

Bronnen:

  • 'Torenhaan sierde zuivelfabriek', door Henk van Weert. Brabants Centrum, 20 augustus 2009.
  • Van Liemt en de Boeremèrt. Stichting Kèk Liemt, 1981.